Zoeken

Levenslessen uit Jordanië (Jordanië - deel 2)



Collega’s

Zaterdag, 25 november 2017. Twee dagen geleden zette ik voet aan de grond in Jordanië. In mijn hoofd beginnen de eerste oosterse indrukken wat te landen. Ik probeer te wennen aan dit leven, wat voor mij zo anders is. Ik struin met Annemarie en Steveline door de straten van Mafraq. We proberen de stad wat te verkennen. Best lastig in de wirwar van (zij)straten die we passeren, en die bovendien allemaal hetzelfde ogen.

We hebben trek; maar eens gaan ervaren of het lukt om in ons levensonderhoud te voorzien. Voor 30 cent koop je hier nog een broodje falafel op de hoek van de straat (lees: elke hoek). De eerste keer smaakt het echt lekker, maar na zeven dagen (waarbij we ongeveer in tachtig procent van al onze dagelijkse maaltijden falafel hadden gegeten) had ik weer geleerd waarom wij mensen zo blij worden van variatie in ons leven. ‘Eat here or take with you?’ We maakten duidelijk dat we het ter plekke wilden opeten. Terwijl we naar een tafeltje liepen voelden we ons nauwlettend gevolgd door een aantal mannen uit het restaurant. Aangezien we als westerlingen –en zonder hoofddoek- in Mafraq op iedere plaats in de buitenlucht een complete bezienswaardigheid bleken te zijn, dachten we op voorhand al te begrijpen waarom ze ons volgden. Terwijl ik stoel naar me toe trok om neer te ploffen en van mijn broodje te gaan genieten zag ik hoe alle mannen om ons heen van hun plek opstonden en hun blik onverminderd op ons bleven richten. Ik begon ineens te begrijpen dat we het mis hadden met onze verklaring voor hun kijkgedrag. Blijkbaar was er iets wat we heel erg fout deden, maar we hadden werkelijk geen idee. Tien strakke gezichten en handen die omhoog wezen. ‘Upstairs!’ Op z’n Nederlands? Verboden voor vrouwen.

Ik vond het best wel een bizarre gebeurtenis. Niet eens omdat ik het gevoel kreeg dat ik minder was. Ook niet omdat ik me onveilig voelde door al die mannen die ons intimideerden en voor mij bepaalden wat ik wel of niet mocht. Nee, het was iets anders… Mijn vrijheid werd me afgepakt. En dat is nou net waar ik me mee identificeer als Nederlander. Want mijn Nederland staat voor vrijheid. Zelfontplooiing. Van mijn cultuur mag ik afwijken van de norm. Mag ik eigen keuzes maken. Mag ik datgene doen waarvan ik denk dat het goed is voor mij – uiteraard altijd in het besef dat God mijn verantwoording vraagt. Nu mocht ik het ineens even niet meer. Het voelde raar: het idee dat dit ook ‘mijn’ wereld is, al woon ik dan op het stukje wat zich Nederland noemt. Voor mij als westerling eigenlijk onbegrijpelijk.

Cultuur: voor de een vrijheid. Voor de ander gebondenheid. In mijn Nederlandse cultuur bepaalt vrijheid om te kiezen wie ik ben. In Jordanië bepaalt de cultuur en haar regels wie je bent.

Mijn levenslessen? De eerste: ontberen doet waarderen. Ik voelde me een dankbaar mens toen een Engelse copiloot me op reis naar het westen met een smile een ‘safe flight’ toewenste. Ik werd weer gezien, en mocht er weer zijn. Ik mocht als vrouw weer lachen, en mannen begroeten. Hoefde niet meer na te denken over wel of geen oogcontact maken, en hoe lang. Over wel of geen hand geven, en 1001 andere cultuurregeltjes. Ik was weer vrij!

Die andere les? Die Jordaanse en Syrische mannen in dat restaurant. Ze kwamen letterlijk in de benen voor hun cultuur. Zie je het voor je? Ik die een wildvreemde buitenlander op Schiphol ga vertellen dat hij of zij iets doet wat niet is volgens de regels van mijn cultuur? No way! Hij doet het maar lekker op zijn manier en hij zoekt het maar uit. Daar bemoei ik me niet mee. Lekker Nederlands, toch?

Op de foto zie je mijn collega’s op de mannenafdeling van het sanatorium wat we bezochten. Wij bezochten ondertussen de vrouwenvleugel. Ook hier is alles strikt gescheiden, volgens de norm van de Midden-Oosterse cultuur.

#Jordanië #Vluchtelingenhulp #Gave #Christelijk #Juridisch #AliesKoetsiervanArk